Advocaat Ellen ten Damme in zaak Ali B ziet probleem rechtspraak: ‘Slachtoffer heeft geen handleiding’
31 maart 2026
Ruth Jager, de advocaat van Ellen ten Damme, was dinsdagavond na de laatste zittingsdag in het hoger beroep in de zaak van Ali B te gast in ‘RTL Tonight’. Daar sprak ze samen met Bernard Sprenger, de advocaat van Naomi, over de manier waarop verklaringen van slachtoffers in de rechtszaal worden beoordeeld.
Volgens Jager is er in de rechtspraak nog te weinig oog voor hoe slachtoffers van seksueel geweld reageren. Zo zei ze ook tijdens het hoger beroep in de zaak rond Ali B. Ook de timing van een verklaring kwam aan bod. Daarbij werd duidelijk hoe lastig het is om juridisch bewijs en traumapsychologie met elkaar te verenigen.
Lees ook: Column Angela de Jong laat niets over van Ali B
Oog voor traumapsychologie
Ruth zei tijdens de laatste zittingsdag dat Ellen tijd nodig had om met haar verhaal te komen. “Dat ze zich professioneel bleef gedragen, dat ze zich pas later uitsprak, dat het leek alsof ze die dag goed in haar vel zat en zelfs dat ze gelachen heeft tijdens het verhoor bij de politie… het past allemaal bij wat we in de traumapsychologie geleerd hebben over het slachtofferschap en het wordt tijd dat ook de rechtspraak oog heeft daarvoor.” Aan Beau van Erven Dorens legde ze uit dat de rechtspraak nu “stevig” is: “Als een slachtoffer niet direct nadat het gebeurd is met haar verhaal naar buiten komt en dan ook nog eens daarbij heel veel emotie toont, dan zegt de rechtspraak eigenlijk: dit is geen goede getuige.” Volgens Ruth blijkt juist uit de leerboeken dat dat anders werkt. “Een slachtoffer heeft geen handleiding”, zei ze daarover.
Tekst gaat verder onder video.
Timing en bewijs blijven cruciaal
Bernard Sprenger benadrukte in ‘RTL Tonight’ waarom het moment waarop iemand iets verklaart van belang is. “Als jij over twee jaar geleden verklaart: ik heb Beau zien huilen, dan zit daar zoveel tijd tussen. Dat huilen kan heel anders zijn ingekleurd dan als ik zeg: ik heb Beau gisteravond zien huilen.” Volgens de advocaat hecht de Hoge Raad meer waarde aan een verklaring die is gedaan toen de herinnering nog vers was. Saskia Belleman wees daarbij op Jill Helena, die pas twee jaar nadat ze zou zijn aangerand haar moeder inlichtte. Tegelijk zei Bernard ook dat het terecht is dat er twee bewijsmiddelen nodig zijn: “Het is wel terecht dat je twee bewijsmiddelen nodig hebt, anders heb je ruzie met iemand en dan kan je zeggen: ‘Ik ben door die persoon verkracht’ en dan kan die veroordeeld worden.” Wel stelde hij dat het moeilijk blijft dat, ook volgens wetenschappelijk onderzoek, een slachtoffer niet altijd direct reageert.
Uit andere media